Het laatste nieuws   

Verzorgd door Dhr drs J. Lahaye

  Januari 2012
  Nieuws 2011
Nieuws 2010
Nieuws 2009
Nieuws 2008
Nieuws 2007
Nieuws 2006
Nieuws 2005
 
  Januari 2012
 

Rekenrente waardeoverdracht 2012: 2,802%. Deze disconteringsvoet is vastgesteld op grond van artikel 18 lid 3 van de Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Regeling PW) en geldt voor het jaar 2012. Voor 2011 bedroeg deze rekenrente 2,984%. Praktisch betekent dit in 2012 een iets hogere overdrachtswaarde dan in 2011. Waardeverschil tussen de overdrachtswaarde en de door een pensioenuitvoerder berekende pensioenreserve, veelal op basis van marktrente (zie hieronder) zal echter blijven bestaan. Enerzijds komt dit verschil op grond van artikel 26 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit PW) ten gunste c.q. ten laste van de werkgever of de uitvoerder waar de werknemer is vertrokken. Anderzijds zal de werkgever of de uitvoerder, waar de werknemer naar toe is gegaan, op grond van artikel 19 lid 3 Regeling PW een eventueel tekort moeten aanvullen terwijl een eventueel overschot op grond van artikel 28 lid 3 en 4 Besluit PW wordt vertaald in extra diensttijd, i.c. pensioen, voor de werknemer.

De marktrente over (december) 2011 bedraagt 2,1% , zo blijkt uit het besluit BLKB2011/2437M van 9-12-2011, gepubliceerd in de Staatscourant nr. 23247 van 22 december 2011. De aan een eigen pensioenlichaam te betalen premie en de op te nemen pensioenverplichtingen dienen met deze marktrente rekening te houden, ook al moet de verplichting fiscaal op grond van artikel 3.29 IB met minimaal 4% berekend worden. In geval van waardeoverdracht betekent toepassing van deze norm dus een overschot bij de overdragende uitvoerder en een extra last voor de nieuwe werkgever of pensioenuitvoerder.

De AOW-franchises 2012, bedragen waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt, zijn gepubliceerd op de website www.lahaye.nl onder infomagazine nr. 2012.00 (bijlage). In dit overzicht zijn niet alleen de franchises (vanaf 2005) voor een zelfstandige, een ongehuwde en een gehuwde met toeslag opgenomen. Tevens zijn de franchises opgenomen, die toegepast moeten worden bij verlaagde opbouw conform artikel 10aa Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 (UBLB).

Bij echtscheiding van een DGA en afstorten van de pensioenaanspraken van de partner stelde de Rechtbank Arnhem in haar uitspraak van 30-11-2011 (LJN: BU9168), dat de actuariële oprenting van de af te storten koopsom gecompenseerd wordt door de wettelijke rente (r.o. 4.18). Hier staat tegenover de uitspraak van de Rechtbank den Haag d.d. 19-10-2011 (LJN: BU3673), waarin ten aanzien van de woning expliciet werd gesteld dat voor de waardering de datum verdeling moet worden aangehouden (r.o. 4.8). Ook wat betreft het pensioen maakt de Rechtbank den Haag duidelijk onderscheid tussen de economische waarde per datum echtscheiding en de afkoopsom die afgestort moet worden (r.o. 4.39 sub I en sub II). Essentie is of pensioenaanspraken wel, zoals ook in het pensioenakkoord, of niet als een zak geld beschouwd moeten worden?

Het verschil tussen de commerciële waarde en de balansvoorziening van een pensioenverplichting leidt tot een lagere waardering van de aandelen. In principe waren de in een echtscheidingsprocedure verwikkelde partijen het daar over eens (LJN: BU9168). De vraag is echter, hetgeen de rechtbank aan deskundigen wenst voor te leggen, of dit enkel het af te storten pensioen van de partner of de totale pensioenverplichting betreft. Met andere woorden, moet het pensioenaandeel van de directeur grootaandeelhouder ook op basis van commerciële waarde worden gewaardeerd ter waardering van de aandelen? Afhankelijk van de situatie kan het antwoord op deze vraag tot substantiële verschillen aanleiding geven. Overigens oordeelde deze zelfde Rechtbank Arnhem in haar uitspraak van 3-10-2007 (LJN: BB5473) dat bij de waardering van aandelen terecht rekening gehouden was met de commerciële waarde van de pensioenvoorzieningen (r.o. 2.13).

 
  2011
  Klik hier voor de nieuwsberichten uit 2011.